Patricia (53) is wat je noemt een zorgouder. Als alleenstaande moeder van twee prachtige jongens met een rugzakje staat ze al jaren in de zorgstand. Ze heeft een fijne baan, een paar goede vriendinnen en familie in de buurt. En toch voelt ze zich regelmatig eenzaam.
Hoe is de eenzaamheid bij jou ontstaan?
“Het is er langzaam ingeslopen,” vertelt Patricia. “Niet in één klap, maar beetje bij beetje. Naarmate mijn kinderen ouder werden, werden de zorgen complexer. Ik stond er alleen voor in de opvoeding, en het vinden van passende zorg was een voortdurende zoektocht.
Mensen om me heen gaven goedbedoelde adviezen, maar ik voelde me niet echt begrepen. Opmerkingen zoals ‘Je moet gewoon strenger zijn’ of ‘Je bent te lief’ deden pijn. Dus maakte ik me sterk en deed ik het wel alleen.
Mijn werk werd een heerlijke afleiding, misschien wel een vlucht. Ik stortte me erin, tot het moment dat het allemaal te veel werd en ik in een burn-out belandde. Toen voelde ik pas echt hoe alleen ik stond. Het sloeg in als een bom.”
Patricia vertelt hoe haar wereld steeds kleiner werd: “Uiteindelijk had ik nog maar twee rollen: moeder en werknemer. Mijn hobby’s verdwenen, vriendinnen zag ik nauwelijks omdat ik altijd druk, of eigenlijk moe was. Binnen de familie deed ik alleen de ‘verplichte nummertjes’. Zo verloor ik niet alleen de verbinding met mezelf, maar ook met mijn omgeving.
Het patroon van ‘Het gaat goed, ik kan dit, ik heb het onder controle’ hield mensen op afstand. Het beschermde me tegen nieuwe kwetsingen, maar het was bijna niet te doorbreken.”
Hoe heb je de eenzaamheid doorbroken?
“Eerlijk? Nog niet helemaal. Maar ik werk eraan,” zegt Patricia. “Eenzaamheid die langzaam je leven binnenkomt, heeft tijd nodig om weer te verdwijnen.
Voor mij betekent dat dat ik mijn verdedigingsmuren voorzichtig mag afbreken. Dat ik weer mag leren vertrouwen, hulp vragen, leunen. Dat vind ik moeilijk.
Wat mij wél heeft geholpen, is de lotgenotengroep. Daar ontmoette ik ouders die precies begrijpen wat ik meemaak. Ik voelde me meteen gehoord. Dat gaf energie. Daardoor kreeg ik ruimte om ook weer contact te zoeken met mijn omgeving.
Ik gun mezelf nu vaker kleine, ontspannende momenten. Dingen die me weer mezelf laten voelen. En hoe meer ik in verbinding sta met mezelf, hoe makkelijker het wordt om de verbinding met anderen aan te gaan.”